Welke zonwering bij welke gevelrichting past, hangt af van één ding: de hoogte waaronder de zon op die gevel valt. Op het zuiden staat de zon hoog en komt het licht bijna van bovenaf. Op het westen staat hij laag en schijnt hij recht naar binnen. Dat verschil bepaalt of een uitstekend scherm werkt of dat u verticale zonwering nodig heeft — en het is de reden dat hetzelfde product op de ene gevel prima voldoet en op de andere teleurstelt.

Ik krijg die vraag bijna dagelijks: "wat is het beste zonnescherm?" Daar is geen antwoord op zonder te weten welke kant de gevel op staat. Hieronder loop ik de vier richtingen langs, met de cijfers erbij.

Op het zuiden staat de zon hoog, en dat maakt zonwering eenvoudiger dan mensen denken

Op een zuidgevel werkt zonwering die horizontaal uitsteekt het best. De zon bereikt in Nederland rond 21 juni op het midden van de dag een hoogte van ongeveer 61 graden boven de horizon; op 21 december is dat nog maar zo'n 14 graden. In de zomer valt het licht op een zuidgevel dus bijna van bovenaf, en dan is een doek dat twee tot drie meter uitsteekt genoeg om het glas in de schaduw te zetten.

Dat maakt een knikarmscherm op het zuiden bijna altijd de logische keuze. Een uitvalscherm of een markies doet hetzelfde werk bij kleinere ramen. Het mooie van die lage winterzon is dat u hem er in januari gewoon onderdoor laat komen: scherm in, gratis warmte binnen. Zonwering op het zuiden hoeft niet dicht te zijn, hij hoeft alleen op het juiste moment uit te staan.

Waar ik voor waarschuw: kies op een zuidgevel geen doek met een heel lage openheidsfactor. U betaalt dan voor verduistering die u niet nodig heeft en houdt een donkere kamer over. Op het zuiden zit de winst in de uitval, niet in de dichtheid van het doek.

Op het westen komt de zon laag binnen en schuift hij onder elk scherm door

Op een westgevel heeft u verticale zonwering nodig. De namiddag- en avondzon staat laag — in de zomer tussen ongeveer 18.00 en zonsondergang vaak onder de 20 graden — en schijnt daardoor onder een uitstekend doek door recht op het glas. Een knikarmscherm alleen is op het westen bijna altijd te weinig. Klanten die dat wel proberen, bellen ons na één zomer terug.

Wat op het westen wél werkt, zijn ZIP screens: het doek loopt verticaal langs het raam en zit met een rits in de zijgeleiders vast, zodat het strak blijft staan. De warmte wordt buiten het glas tegengehouden in plaats van erbinnen. Hoe dat over het hele jaar uitpakt, beschreef ik eerder in screens aan de buitenzijde.

Op het oosten gaat het niet om hitte maar om de ochtend

Op een oostgevel is de zon fel maar kortstondig, en hij staat net zo laag als op het westen. In juni komt de zon in Nederland al vóór vijf uur op. Achter een oostgevel liggen in de meeste huizen slaapkamers, en dan is de vraag niet "hoe houd ik het koel" maar "hoe kan ik doorslapen".

Daarvoor is een rolluik vaak de eerlijkste oplossing: verduisterend, isolerend en 's ochtends volledig dicht. Een screen met een openheidsfactor van 1 procent dempt het licht sterk, maar verduistert niet volledig. Ik adviseer op oostgevels dus geregeld een kleiner en goedkoper rolluik in plaats van een groot screen.

Op het noorden heeft u meestal helemaal geen zonwering nodig

Een noordgevel krijgt in Nederland alleen rond zonsopgang en zonsondergang in de maanden mei tot en met juli even directe zon, onder een zeer lage hoek. Voor hitteweren is zonwering op het noorden dus zelden nodig, en dat zeg ik ook gewoon als iemand er om vraagt. Wat op noordgevels wél speelt, is inkijk vanaf de straat en soms verblinding op een beeldscherm. Daar is een screen of een rolluik het antwoord, niet een zonnescherm.

Welke openheidsfactor past bij welke gevel en welke ruimte

De openheidsfactor bepaalt hoeveel licht en zicht een screendoek doorlaat. Screendoeken zijn er meestal in 1, 3, 5 en 10 procent openheid: hoe lager het percentage, hoe meer privacy en hoe minder doorzicht. De juiste keuze hangt samen met de gevelrichting én met wat u in die kamer doet.

Gevel Woonkamer Slaapkamer Thuiswerkplek
Zuid knikarmscherm, of screen 5% screen 1% of rolluik screen 3%
West screen 3% rolluik screen 1% of 3%
Oost screen 5% rolluik (verduistering) screen 3%
Noord meestal niets nodig rolluik bij inkijk screen 5% of 10%

Deze tabel is een vertrekpunt, geen wet. Staat er een grote boom voor het raam, dan verschuift het advies alweer.

Windklasse: op een westgevel loopt u het snelst tegen de grens aan

De windbestendigheid van zonwering is vastgelegd in de Europese norm EN 13561, met windklassen 0 tot en met 3. Klasse 1 betekent dat het scherm uit mag blijven staan tot windkracht 4 (20–28 km/u), klasse 2 tot windkracht 5 (29–38 km/u) en klasse 3 tot windkracht 6 (39–49 km/u). Klasse 0 betekent dat het scherm bij wind in moet.

Op een beschutte zuidgevel in een gesloten straat komt u met een lagere klasse een heel eind. Op een westgevel richting Zandvoort, IJmuiden of Bloemendaal aan Zee komt de wind vaak uit dezelfde hoek als de avondzon, en daar gaat een screen met ritsgeleiding veel verder mee dan een vrij hangend doek.

Praktijktip: loop op een zonnige dag drie keer langs uw gevel — om 10.00 uur, om 14.00 uur en om 19.00 uur — en maak steeds dezelfde foto. Op die drie foto's ziet u precies hoe ver de zon het glas in komt en op welk moment het knelt. Met die drie beelden kunnen wij aan de telefoon al een gericht advies geven, zonder eerst langs te hoeven komen.

Wat ik in de Haarlemse jaren-30-wijken het vaakst tegenkom

In de Haarlemse jaren-30-wijken staat de achtertuin opvallend vaak op het zuidwesten. In het Ramplaankwartier, de Leidsebuurt en delen van Heemstede zijn de bouwblokken zo gedraaid dat de achtergevel de volle namiddag- en avondzon vangt. Dat is precies de combinatie die het lastigst is: hoge zon tussen twaalf en drie, lage zon tussen zes en negen. Eén product lost dat niet op.

Wat daar in de praktijk het beste werkt, is een knikarmscherm voor het terras plus een screen op het grote raam. Klinkt als dubbelop, maar het is dat of een woonkamer die om acht uur 's avonds nog 27 graden is. Bij smalle Haarlemse gevels in het beschermd stadsgezicht kiezen we vaker voor markiezen, die we in onze eigen werkplaats maken — met schuine zijkleppen die het zijlicht wél wegnemen. Dat is het enige klassieke product dat op een west- of oostgevel echt iets doet.

Wij doen dit werk als familiebedrijf sinds 1969, en dat helpt hier: we kennen de bouwjaren en de gevels in deze wijken. In onze showroom aan de Hendrik Figeeweg hangen de systemen opgebouwd, zodat u zelf kunt zien hoeveel u door een doek van 1, 3 of 5 procent openheid heen kijkt. Dat is in tien minuten duidelijker dan welke uitleg ook.

Veelgestelde vragen over zonwering en gevelrichting

Welke zonwering past bij een zuidgevel?

Op een zuidgevel werkt zonwering die horizontaal uitsteekt het best: een knikarmscherm, een uitvalscherm of een markies. De zon staat op het zuiden hoog — rond 21 juni in Nederland ongeveer 61 graden boven de horizon — en valt daardoor bijna van bovenaf op het glas. Een doek dat een meter of twee uitsteekt, houdt die hoge zon al tegen zonder dat u het zicht kwijtraakt.

Welke zonwering past bij een westgevel?

Op een westgevel is verticale zonwering nodig, dus een screen of een rolluik. De namiddag- en avondzon komt op het westen laag binnen, vaak onder een hoek van minder dan 20 graden, en schuift daarmee onder elk uitstekend scherm door. Een knikarmscherm alleen is op het westen bijna altijd te weinig; screens met ritsgeleiding houden het glas wel afgeschermd.

Heb ik zonwering nodig op een noordgevel?

Op een noordgevel is zonwering tegen hitte meestal niet nodig. Een noordgevel krijgt in Nederland alleen rond zonsopgang en zonsondergang in de maanden mei tot en met juli even directe zon, en dan onder een zeer lage hoek. Wel vragen noordgevels vaak om inkijkregeling of verduistering; daarvoor is een screen of rolluik de logische keuze, niet een zonnescherm.

Welke openheidsfactor moet ik kiezen voor een slaapkamer?

Voor een slaapkamer kiest u een openheidsfactor van 1 procent of een rolluik. Hoe lager het openheidspercentage, hoe minder licht en zicht het doek doorlaat. Bij 1 procent is van buitenaf overdag nauwelijks door het doek te kijken en blijft de kamer in de ochtend donkerder. Wilt u echt volledig verduisteren, dan komt u uit bij een rolluik en niet bij een screen.

Waarom werkt een knikarmscherm slecht op het oosten en het westen?

Een knikarmscherm werkt slecht op het oosten en het westen omdat het de zon van bovenaf tegenhoudt en niet van opzij. Ochtend- en avondzon staan laag aan de hemel en schijnen daardoor onder het doek door recht op het glas. Op die gevels heeft verticale zonwering, zoals een screen, meer effect — of een markies, waarvan de schuine zijkleppen wél zijlicht wegnemen.

De begrippen kort uitgelegd

  • Geveloriëntatie: de windstreek waar een gevel op uitkijkt (noord, oost, zuid of west). De geveloriëntatie bepaalt op welk moment van de dag en onder welke hoek de zon op het glas valt.
  • Openheidsfactor: het percentage open ruimte in een screendoek, meestal 1, 3, 5 of 10 procent. Een lager percentage geeft meer privacy en minder doorzicht; een hoger percentage geeft meer uitzicht en meer licht.
  • Uitval: de afstand die een zonnescherm horizontaal vanaf de gevel naar voren steekt, gemeten in meters. Hoe hoger de zon staat, hoe minder uitval er nodig is om het glas te beschaduwen.
  • Windklasse: de classificatie voor windbestendigheid volgens de Europese norm EN 13561, van klasse 0 tot en met klasse 3. Klasse 3 betekent dat het scherm uit mag blijven staan tot windkracht 6 (39–49 km/u).
  • Zonhoogte: de hoek van de zon boven de horizon, uitgedrukt in graden. In Nederland loopt die op het midden van de dag van ongeveer 14 graden op 21 december tot ongeveer 61 graden op 21 juni.
Vrijblijvend adviesgesprek aanvragen →

Michiel van den Haak  |  Haak Zonwering B.V., Hendrik Figeeweg 13A, 2031 BJ Haarlem  |  www.haakzonwering.nl